GESCHIEDENIS VAN HET ORGEL IN DE NH-KERK DALEN

1848-1850: "Een werk dat gemaakt is om met lof en bidgezangen den hoogen God en zijnen zoon Jezus Christus te verheerlijken" (Meester J.H. Baning, de eerste organist van Dalen.) "Sedert jaren was erbij de Hervormde ingezetenen van Dalen en onderhorige dorpen de wensch ontstaan om ter begeleiding van het gezang bij de openbare Godsdienst van Orgelmuziek gebruik te kunnen maken. De nodige fondsen tot daarstelling daarvan waren echter niet aanwezig, waarop dit tot latere tijden moest worden uitgesteld". Deze verklaring van Kerkvoogden en Notabelen van de Hervormde Gemeente Dalen gaf precies weer, waarom men in Dalen relatief laat een orgel in de kerk kreeg. Er was geen geld. In 1848 kreeg de Kerkvoogdij echter een belangrijke steun in de rug. In dat jaar werd namelijk bij testament door een zekere Geesje Snoeijing, weduwe van Jan Mepschen, "eenen hoogbejaarde zeer geachte godsdienstige vrouw alhier woonachtig aan Kerkvoogden een legaat geschonken groot driehonderd gulden, hetgeen volgens haar uiterste wil tot bouwing van een orgel in de Hervormde Kerk zou moeten strekken, en na haaren dood vrij van succesie-rechten worden uitgekeerd." Nu was driehonderd gulden voor die tijd wel een groot bedrag, maar het was te weinig, veel te weinig om er een orgel van te bouwen. Zoals later zou blijken, was er veel meer nodig. Toen lieten de inwoners van Dalen zich echter van hun beste kant zien. Er werd een actie gevoerd en in zes dagen tijd haalde men maar liefst zeventienhonderd gulden op!

Meester Baning wil natuurlijk op een zo groot mogelijk orgel spelen, moeten de kerkvoogden gedacht hebben, maar voorlopig is het zo mooi genoeg. Toch stemmen ze erin toe om onderin een ruimte te reserveren voor het tweede klavier, een z.g. "onderwerk".

De gebroeders Scheuer gaan in de kerk aan de slag om het orgel op te bouwen. Sinds een aantal jaren gaat hun vader niet meer mee. Hij blijft in Zwolle, maar heeft met z'n zonen een uitvoerige briefwisseling, waarin hij ze op de hoogte houdt van alle mogelijke grote en kleine nieuwsfeiten. Hij voelt zich nog steeds verantwoordelijk voor de opbouw van het instrument. Daarom geeft hij voortdurend adviezen en aanwijzingen om vooral op bepaalde dingen te letten.

Prov. Drentsche & Assercourant van vrijdag 9 augustus 1850: Dalen had z'n eerste en enige kerkorgel. In een witte kast met gouden versieringen stak het helder af tegen het blauwe plafond. Geen wonder dat men er trots op was! De gebroeders Scheuer zouden het orgel echter nooit vergroten. In 1854 stierf hun vader Johan Cristoff. Ze bouwden zelfstandig nog wel een aantal orgels, maar kennelijk misten ze toch de bezielende leiding van hun vader. Was het een gebrek aan opdrachten of werd de concurrentie te groot? We weten het niet, maar de drie zonen Scheuer besloten om, samen met twee van hun zusters, te emigreren naar Zuid-Afrika!

1865:
Terug naar 1856; zes jaar speelt meester Baning inmiddels op het orgel. Met veel plezier, dat wel. Maar steeds als hij de kerk betreedt en naar het orgelfront kijkt, ziet hij de planken in de onderkast op de plaats, waar eigenlijk de frontpijpen van het tweede klavier horen te staan. Het orgel zou zoveel mogelijkheden meer hebben om de gemeentezang te begeleiden, maar ja, dat kost natuurlijk geld: minimaal f 500,-. Als het uitgebreid gebeurt misschien wel f 1.500,-! En waar haal je dat geld vandaan?
 
Baning belooft, dat hij er alles aan zal doen om voor zoveel mogelijk renteloze leningen te zorgen. Het resultaat? In korte tijd doen veertien personen een toezegging voor eenenveertig aandelen à f 25,- totaal dus f 1.025,-.
 
Op zondag 4 november 1857 werd het nu complete orgel ingewijd. Zo was dan uiteindelijk het orgel compleet. Anders dan oorspronkelijk bedoeld, een synthese van twee heel verschillende bouwers die, elk op hun wijze, zich ingespannen hadden om het zo mooi mogelijk te maken. (In de Grote Kerk van Hoogeveen had Scheuer in 1843 ook een orgel gebouwd met één klavier.
 
1907:
Jarenlang houdt het orgel zich prima. Zo'n vijftig jaar lang hoeft er aan het orgel geen noemenswaardige reparatie verricht te worden. Als in 1907 het kerkgebouw helemaal opgeknapt en van de neoklassieke gevel voorzien wordt, blijkt het orgel nogal geleden te hebben. De kerkvoogdij besluit dan op 23 januari 1908 "het zoo fraaije instrument te repareeren". De kosten worden geschat op f 260,- en dit bedrag zal bijeengebracht worden door "eene vrijwillige bijdrage te vragen aan de ingezetenen van Dalen".
 
1920:
Het instrument ondergaat een algehele schoonmaakbeurt. De kerkvoogden zijn hier zo voldaan over, dat ook zij hun namen en die van dominee Bakker op de balk onder het orgel laten aanbrengen.
 
1946:
Vermoedelijk is er toen door de orgelbouwer Arie Bik uit Amsterdam een elektrische windmotor aangebracht, waardoor de orgeltrapper overbodig werd. Ook werd er een tremulant in het orgel geplaatst.
 
1969-1971:
Dacht men bij de bouw nog, dat het zeker enige honderden jaren mee zou gaan zonder noemenswaardig onderhoud, midden jaren zestig werd de conditie van het instrument zo slecht, dat er veel kunstgrepen nodig waren om de zondagse eredienst te kunnen begeleiden. De grote boosdoeners waren eigenlijk de twee cokeskachels, die in de kerk stonden en te heet werden gestookt. Het gevolg was, dat de windladen steeds meer uitdroogden met als gevolg dat ze gingen scheuren. Kortom, het orgel vervulde kerkvoogdij en organist met grote zorg.
Vastgesteld wordt, dat het orgel aan een grondige restauratie toe is; de windladen zijn gebarsten, het pijpwerk is te veel ingescheurd, de lijmnaden van de houten pijpen laten los en de trompet is gedeeltelijk onbruikbaar en moet veel mooier kunnen klinken. De blaasbalgen moeten worden nagekeken op scheuren en lekkages, de klavieren uit elkaar genomen en de speelaard, die aan de zware kant is, dient te worden verbeterd. Omdat het orgel nagenoeg nog in originele staat is, zullen er geen registers vervangen worden met uitzondering van de discant van de Flageolet 1 voet. Omdat het pedaalklavier ook niet meer oorspronkelijk is, zal er een nieuw vervaardigd worden. Men kiest voor een kopie van het pedaalklavier van het Scheuer-orgel in de Hervormde kerk van Oldemarkt. De orgelkast moet een behandeling tegen houtworm krijgen en verdwenen of ontbrekende onderdelen zullen worden bijgemaakt. De kosten worden begroot op ruim f. 30.000,-. De kerkvoogdij, met als president-kerkvoogd de heer K.H. van Tarel, stelt alles in het werk om deze restauratie door te laten gaan. Buiten de Rijkssubsidie komt het grootste gedeelte van de kosten voor rekening van de kerkvoogdij. Voor de zoveelste keer gaat men in het dorp "met de pet rond" en weer laten de inwoners van Dalen zich van hun beste kant zien. Het benodigde bedrag komt bij elkaar! Zo wordt het orgel in 1971, op de kas en de frontpijpen na, overgebracht naar de orgelwerkplaats van de Gebr. Reil in Heerde. Nadat alles volgens plan is gerestaureerd, wordt het orgel weer opnieuw opgebouwd. Op zaterdagavond 13 november werd het weer in gebruik genomen en kon de heer Van Tarel, na een kort verslag van de restauratie, het orgel voor hernieuwd gebruik in de eredienst overdragen aan ds. W. de Jong, voorzitter van de kerkeraad. De heer J.L. Reil gaf een toelichting op de restauratie. Aan deze ingebruikneming werd ook meegewerkt door het Hervormd Kerkkoor o.l.v. Fokke Gnodde, terwijl de gemeente-zang begeleid werd door de pas benoemde organist, de heer G. Huizing uit Coevorden.
 
1977:
Bij de tweede fase van de kerkrestauratie in 1977 krijgt de orgelkas na eerst in wit en later in palissander uitgevoerd te zijn geweest, z'n huidige rode kleur. Ook wordt er nieuw verguldsel op aangebracht en krijgt het houtsnijwerk aan de zijkanten en aan de achterkant een bekleding van groene stof Monumentenzorg vindt de in gouden letters uitgevoerde namen op de balk onder het orgel niet passend bij het geheel. Daarom worden ze verwijderd en als compensatie wordt een houten herinneringsbord vervaardigd. Dit wordt opgehangen onder de orgelgalerij en vermeldt de namen van de kerkvoogden en de dominee in 1850, van de kerkvoogden en de organist in 1857, van de kerkvoogden en de dominee in 1920 en van de kerkvoogden en de dominee in 1977. Het orgel te zien en te horen is een lust voor oog en oor en zo bezit de Hervormde Gemeente van Dalen weer een uniek orgel met, zoals gebleken, een uitermate boeiende geschiedenis!
 
 
Dispositie:
Hoofdwerk
Prestant 16' disc.
Bourdon 16'
Prestant 8'
Holpijp 8'
Octaaf 4'
Fluit 4'
Quint 3'
Octaaf 2'      
Cornet V disc.      
Mixtuur III-IV
Trompet 8'
 
Bovenwerk
Holfluit 8'  
Viola da Gamba 8'  
Preastant 4'  
Fluit 4'  
Gemshoorn 2'  
Flageolet 1'  
Clarinet 8'   
 
Pedaal
Aangehangen
Meer informatie over de kerk van Dalen, met z'n mooie orgel, kunt u vinden op de website van de Daler dorpskerk: http://www.dorpskerkdalen.nl
Copyright © 2007 Dalen.nu. All Rights Reserved. Powered by MultiMove